header
Jasper DuponOsteopaat DO-BVBO

Osteopathie is een manuele geneeswijze gericht op het bevorderen van de beweeglijkheid van alle structuren en weefsels in je lichaam (gewrichten, spieren, bindweefselbladen, organen, etc). Onderzoekende technieken zijn gericht op het opsporen van verlies in beweeglijkheid, behandelende technieken zijn gericht op het herstellen van deze bewegingsverliezen. Een maximale mate aan beweeglijkheid bereiken is het grote doel van een osteopaat. Volgens de osteopathie heeft uw lichaam namelijk beweging nodig om goed te kunnen functioneren en tijdelijk te kunnen compenseren bij eventuele problemen of belastende situaties.

De osteopathische werkwijze en filosofie werd ontwikkeld door Andrew Taylor Still (1828-1917). Deze koppige en idealistische arts kwam, in een tijd waar de medische wereld onderontwikkeld was, met vernieuwende ideeën die nu nog steeds van toepassing zijn. Op 22 juni 1874 vond hij het woord ‘osteopathie’ uit. Still zag dit als een nieuwe zienswijze in de geneeskunde die het lichaam hielp om zelf van ziektes en/of pijnen te genezen zonder de hulp van schadelijke medicijnen (alcohol, kwik, morfine). In de loop der jaren, na vele bijzondere ervaringen met patiënten en discussies met andere artsen en leerlingen, verfijnde hij zijn inzichten en legde 3 basiswetten vast.

Tekening-Still

A.T. Still

Net als de geneeskunde is de osteopathie intussen al veel veranderd en geëvolueerd, maar de basisprincipes blijven tot op vandaag belangrijke steunpunten voor onze manier van denken en kijken naar het lichaam.

1e basisprincipe: ‘Er bestaat een constante wisselwerking tussen structuur en functie’

Dit betekent dat de functie net zo belangrijk is voor de structuur als de structuur voor de functie. Met functie bedoelen we de bewegingen die in of rond de structuur plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan een auto met vierkante wielen. Als je er lang genoeg mee rijdt, worden de hoeken steeds meer afgestompt en na verloop van tijd zouden de wielen zelfs zo goed als rond worden. De auto (structuur) heeft zich aangepast aan de functie. Als je dan bedenkt dat van een gewricht in je lichaam dag in dag uit bepaalde bewegingsmogelijkheden worden verwacht, kun je je wel voorstellen wat het effect kan zijn als deze gevraagde bewegingen afwijken van zijn normale kunnen.

2e basisprincipe: ‘Het lichaam is een biologische eenheid’

Dit betekent dat een probleem zich niet enkel beperkt tot de plaats waar het zich voordoet, maar invloed uitoefent op het hele lichaam. Ons organisme is een samenwerkend geheel. Stel bijvoorbeeld dat je nek plots niet meer kan draaien naar de rechter kant. Als je toch wil zien wat er zich rechts van je bevindt, zullen andere delen van je lichaam ervoor zorgen dat het gezichtsveld zich kan verschuiven naar rechts. Bijvoorbeeld door te draaien met de romp of de voeten. Er zijn zo duizenden andere gelijkaardige of meer complexe mechanismen terug te vinden in het lichaam.

3e basisprincipe: ‘Het lichaam bezit zelfregulerende mechanismen’

Het lichaam is gelukkig zelf in staat om met problemen om te gaan zonder daarbij altijd hulp van buitenaf nodig te hebben. Denk maar aan het stollen van bloed dat een wonde terug afsluit en de daaropvolgende vorming van littekenweefsel. Het lichaam bezit ontelbaar veel systemen, die het ons mogelijk maken te blijven functioneren onder invloed van de vele prikkels die constant op ons inwerken.